NL FR
Nieuws
Wat kan AB Register voor mijn bedrijf betekenen en waarom moet ik ervoor betalen?
De maatschappelijke bezorgdheid rond overmatig antibioticagebruik in de veehouderij is groot omwille van het steeds vaker voorkomend probleem van antibioticaresistentie. Als sector kunnen we dit probleem niet negeren met als gevolg dat Belpork het initiatief heeft genomen het AB Register te ontwikkelen als tool voor de registratie en analyse van het antibioticagebruik in de varkenshouderij.

De samenwerking tussen Belpork en het Duitse QS heeft de timing bepaald voor de lancering van dit project. Om de export van varkensvlees naar Duitsland te kunnen blijven garanderen werd Belpork gevraagd om dit project begin 2014 al op te starten. Dit is dan ook gebeurd met de continuïteit van de export naar Duitsland tot gevolg.
De tot nu toe geleverde inspanningen werden volledig gefinancierd vanuit het werkingsbudget van Belpork. Er werd bewust voor gekozen de kosten niet vanaf de start door te rekenen aan de gebruikers om zeker te zijn van een operationeel, functioneel programma.

Vandaag zijn we zover. AB Register draait op volle toeren en levert op regelmatige tijdstippen gepersonaliseerde bedrijfsrapporten aan de betrokken varkenshouders af. Deze rapporten geven zowel de varkenshouder als de dierenarts een beter inzicht in het antibioticagebruik en kunnen helpen om de knelpunten op bedrijfsniveau te identificeren. Samen met zijn dierenarts kan de varkenshouder zijn bedrijfsvoering aanpassen en zo een substantiële reductie van het antibioticagebruik realiseren. En daar wordt niet enkel de eindafnemer van het vlees beter van, maar ook de varkenshouder zelf en de volledige sector.

De jaarlijkse bijdrage van 70 euro per bedrijf is daarom een vruchtbare investering die ongetwijfeld zal leiden tot een daling van de diergeneeskundige kosten. Belpork stimuleert daarom alle gebruikers van het systeem om de aangeleverde rapporten optimaal te benutten en zo een duurzaam en verantwoord antibioticagebruik na te streven.

Mede dankzij dit project en samen met alle betrokken actoren blijft Belpork ernaar streven om de kwaliteit van ons Belgisch varkensvlees op zowel de binnen- als buitenlandse markt te promoten.      
Wat is het verschil tussen Certus en CodiplanPlus?
 

CERTUS

CODIPLAN PLUS

Beheer

Belpork vzw, met betrokkenheid van alle schakels in de keten

Codiplan vzw, met betrokkenheid van de landbouworganisaties

     

Controle

  • Bij alle schakels van de keten
  • Bovenwettelijke eisen
  • Sectorgids G-040 als minimale basis.
  • Op landbouwbedrijven
  • Bovenwettelijke eisen
  • Sectorgids G-040 als minimale basis.
  •      

    Product

    Certificatie op niveau van vers varkensvlees

    Certificatie op niveau van levende dieren

         

    Bestemming

    Binnenlandse markt, Meesterlyck-productie, export van varkensvlees naar Duitsland (QS)

    Export van levende dieren naar Duitsland (QS)

    Wat is Certus?
    Het Certus-label werd opgericht in 2000 en wordt beheerd door de vzw Belpork. Zowel Vlaamse, Waalse als Brusselse varkenshouders, slachthuizen en uitsnijderijen kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan het Certus-kwaliteitssysteem.

    Certus is een label voor vers varkensvlees. Enkel karkassen en/of vlees afkomstig van vleesvarkens van Certus-erkende varkensproducenten, geslacht in Certus-erkende slachthuizen en versneden in Certus-erkende uitsnijderijen mogen onder het Certus-label gecommercialiseerd worden. 

    Het Certus-lastenboek bevat hoofdzakelijk bovenwettelijke eisen, zowel op het niveau van de veehouder, de slachthuizen als de uitsnijderijen. Elke deelnemer moet zich uiteraard ook steeds houden aan de Europese, nationale en regionale wetgeving. Elke veehouder die wil deelnemen aan het Certus-kwaliteitssysteem moet minstens over een attest/certificaat voor de Sectorgids G-040 C voor Varkens beschikken (zie onder).      
    Wat is CodiplanPlus Varken?
    De vzw Codiplan werd in 2005 opgericht door de drie landbouworganisaties Boerenbond, Algemeen Boerensyndicaat en Féderation Wallone de l’Agriculture. Het initiële doel was het opstellen van een sectorgids voor de autocontrole in de primaire dierlijke productie. De eerste versie van deze sectorgids werd goedgekeurd door het FAVV in 2008 en omvat alle wettelijke eisen omtrent voedselveiligheid, diergezondheid, hygiëne en traceerbaarheid. In een latere fase werden ook private lastenboeken ontwikkeld, op vraag van de sector. Ondertussen beheert de vzw Codiplan naast de autocontrolegids voor de primaire dierlijke productie (Sectorgids G-040 C), ook de private lastenboeken CodiplanPlus Varken (2010), CodiplanPlus Rund (2013) en CodiplanPlus Parkkonijn (2016). 

    Net als bij het Certus lastenboek, is het hebben van een certificaat voor de Sectorgids G-040 C een vereiste om CodiplanPlus Varken te kunnen gebruiken.

    Het lastenboek CodiplanPlus Varken bevat zowel wettelijke (milieu)bepalingen die niet in de Sectorgids opgenomen zijn, als bovenwettelijke vereisten die voor de Q&S-markt van belang zijn. Het lastenboek is enkel gericht op veehouders, niet op uitsnijderijen en slachthuizen. De vzw Codiplan vertegenwoordigt immers enkel de primaire sector. CodiplanPlus Varken kadert in de overeenkomst tot uitwisselbaarheid met de Duitse Standaard Q&S (Qualität und Sicherheit). Een varkenshouder die reeds gecertificeerd was voor de sectorgids, kan met minimale bijkomende inspanningen naar QS slachthuizen exporteren.

    CodiplanPlus Varken is van belang voor de handel in levende varkens. Een varkensbedrijf dat gecertificeerd is volgens CodiplanPlus Varken kan levende dieren aan Duitse slachthuizen in het Q&S systeem leveren zonder bijkomende controle. Ook zeugenbedrijven die biggen willen leveren aan Certus- opfok of vleesvarkensbedrijven moeten voldoen aan de Sectorgids G-040C Varken en het lastenboek CodiplanPlus Varken.
    Wat zijn de gevolgen voor de deelnemer wanneer hij niet voldoet aan een eis uit het Certus-lastenboek?
    Elke eis in het Certus lastenboek krijgt een lettercode: KO, A, B of C. Deze lettercode bepaalt wat de gevolgen zijn voor de deelnemer als hij niet voldoet aan de norm. Deze lettercode kan u terugvinden in het lastenboek helemaal rechts naast elke norm.      

    KO:

    Dit is de strengste vorm. Wanneer wordt vastgesteld dat een deelnemer niet voldoet aan een norm met een lettercode KO, dan wordt zijn Certus-certificaat onmiddellijk ingetrokken.


    Bv. Een bedrijf dat een H- of R-statuut krijgt, verliest meteen zijn Certus-certificaat (norm B.II.21 en 22 in het lastenboek).

       

    A:

    Wanneer een deelnemer niet voldoet aan een eis met een lettercode A dan moet de deelnemer maatregelen nemen en ervoor zorgen dat hij binnen de maand na de vaststelling in orde is voor deze norm. Hij moet dit ook binnen die termijn bewijzen aan de inspecteur die de controle kwam uitvoeren. Soms kan de fout al tijdens de controle worden rechtgezet. De inspecteur zal dit dan vermelden op het controleverslag. Als het om documenten gaat, kan het bewijs opgestuurd worden naar de inspecteur. Voor sommige eisen kan men geen bewijs opsturen. In dat geval moet de inspecteur opnieuw een audit komen uitvoeren om na te gaan of de deelnemer in orde is voor deze eis. Een dergelijke controle noemt men een ‘corrigerende maatregelaudit’ en is volledig op kosten van de deelnemer. Neemt de deelnemer geen maatregelen, is hij na het verstrijken van de voorziene termijn nog steeds niet in orde of zendt hij niet tijdig het bewijs of de documenten door naar de inspecteur, dan verliest de deelnemer zijn Certus-certificaat.


    Bv. Een deelnemer moet een contract voor bedrijfsbegeleiding hebben met een dierenarts(praktijk). Heeft de deelnemer geen contract voor bedrijfsbegeleiding, dan moet hij binnen de maand een dergelijk contract afsluiten en een kopie ervan opsturen naar de inspecteur als bewijs. Als de inspecteur dit tijdig ontvangt, is de deelnemer in orde en kan de controle voor deze eis positief afgerond worden. Als hij ook aan alle andere eisen voldoet, behoudt hij zijn certificaat. Heeft de deelnemer bij het verstrijken van de einddatum van zijn certificaat nog steeds geen contract voor bedrijfsbegeleiding, dan verliest hij zijn certificaat. (norm B.II.8 in het lastenboek)

    Bv. Antibiotica voor de voorraad mogen enkel afgeleverd worden door de dierenarts waarmee de deelnemer een contract voor bedrijfsbegeleiding heeft. Alleen als de bedrijfsbegeleidende dierenarts door overmacht (bv. (langdurige) ziekte) niet kan langskomen, dan kan dit gebeuren door de plaatsvervanger. De deelnemer moet dan wel een ondertekend papier hebben van de bedrijfsbegeleidende dierenarts waarin deze verklaart dat hij gedurende een bepaalde periode niet kon komen en de plaatsvervanger antibiotica mag afleveren voor de voorraad. Als tijdens de controle blijkt dat er antibiotica op het bedrijf staan die voorgeschreven of afgeleverd werden door een andere dierenarts en er ook geen getekende verklaring is van de bedrijfsbegeleidende dierenarts, dan wordt dit door de inspecteur op het controleverslag vermeld. Binnen de maand na de controle zal de inspecteur opnieuw langskomen om na te gaan of alle afgeleverde antibiotica door de bedrijfsbegeleidende dierenarts werden afgeleverd. Wordt opnieuw vastgesteld dat er, zonder toestemming, antibiotica door een andere dierenarts werden afgeleverd, dan verliest de deelnemer zijn certificaat. (norm B.II.9 in het lastenboek)

       

    B:

    Wanneer een deelnemer niet voldoet aan een eis met lettercode B, dan moet hij een actieplan opmaken waarin hij uitlegt welke maateregelen hij zal nemen om ervoor te zorgen dat hij wel voldoet aan deze eis. De deelnemer kan de maatregelen die hij zal nemen al vermelden aan de inspecteur tijdens de controle. De inspecteur vermeldt dit dan op zijn controleverslag. De deelnemer kan zijn certificaat dan behouden. De deelnemer kan zijn actieplan ook nazenden naar de inspecteur. Als de inspecteur dit actieplan tijdig (binnen de maand en zeker voor het vervallen van het certificaat) ontvangt, dan kan de deelnemer zijn certificaat behouden. Maakt de deelnemer geen actieplan en/of stuurt hij dit niet (tijdig) op dan verliest hij zijn certificaat. De deelnemer moet ook binnen de 6 maand zijn voorgestelde maatregelen uitvoeren en ervoor zorgen dat hij binnen de 6 maand voldoet aan de norm. Of de deelnemer dit ook heeft uitgevoerd, wordt gecontroleerd in de eerstvolgende controle.


    Bv. Vanaf 1 januari 2016 zijn kritische antibiotica (rode antibiotica) enkel toegelaten in de voorraad als kan bewezen worden (via diagnose en antibioticum-gevoeligheidstest) dat er geen alternatief was. Wordt er tijdens de controle vastgesteld dat er rode antibiotica aanwezig zijn maar kan er niet aangetoond worden dat ze noodzakelijk waren (geen alternatief), dan moet de deelnemer, in dit geval best samen met zijn dierenarts, een actieplan opstellen om dit in de toekomst te vermijden. Als het actieplan niet kan worden opgemaakt tijdens de controle wordt het actieplan nadien doorgestuurd naar de inspecteur. Wordt er bij een volgende controle opnieuw vastgesteld dat er kritische antibiotica aanwezig zijn zonder bewijs van de noodzaak, dan verliest de deelnemer zijn certificaat. (norm B.II.16)

       

    C:

    Een norm in het lastenboek met lettercode C, is een aanbeveling. Dit betekent dat deze norm niet verplicht is. Als de deelnemer hier niet aan voldoet dan heeft dit geen effect op zijn certificaat. Het wordt wel aanbevolen om hieraan te proberen voldoen. Vaak wordt een dergelijke norm immers na verloop van tijd, bij een nieuwe versie van het lastenboek, een verplichte eis. Wanneer de nieuwe versie van start gaat wordt hierop gewezen.


    Bv. Bij transport door een erkende transporteur voorziet de deelnemer zelf zoveel mogelijk de nodige hulp bij het laden opdat de chauffeur en/of zijn bijrijder bij het laden de stallen niet hoeven te betreden (norm B.II.29).

    Belangrijk! Elk jaar wordt 20% van de veehouders onaangekondigde gecontroleerd. Deze deelnemers worden volledig willekeurig gekozen. Iedere veehouder kan dus onverwachts controle krijgen. Er wordt echter ook, per norm, een lijst gemaakt met alle veehouders die niet voldeden aan de norm bij de laatste controle. Uit deze lijsten worden eveneens willekeurig een aantal deelnemers geselecteerd. Een veehouder die voor één of meerdere normen niet voldoet tijdens de controle, heeft dus meer kans op een tussentijdse onverwachte controle. 
    Welke Salmonella-status kan men verwachten bij aanvoer van Certus-vleesvarkens in het slachthuis?
    Salmonella-analyses gebeuren steeds op de bloedstalen die genomen worden in het kader van de bestrijding van de ziekte van Aujeszky. Dit wil zeggen dat het moment van de bloedname niet vrij kan gekozen worden. Voor bedrijven die reeds meerdere jaren over een Certus-erkenning beschikken,  stelt zich geen probleem. Voor hen zal de laatst gekende S/P-ratio steeds maximaal 13,5 maand oud zijn. In uitzonderlijke gevallen, en dan meer bepaald bij nieuwe toetreders, is het mogelijk dat de laatst gekende S/P-ratio ouder is. De tijdspanne tussen de erkenningsdatum en datum van de laatste bloedname in het kader van de bestrijding van de ziekte van Aujeszky is hiervoor bepalend.  

    We maken een onderscheid tussen drie types veehouders:

    Veehouders die reeds over een Certus-certificaat beschikten op 28 april 2015:

    Zij hebben allen een Salmonella resultaat voor het jaar 2015 (sommigen intussen al voor het jaar 2016). Het merendeel van de Certus-bedrijven bevindt zich in deze situatie.

     

    Veehouders die in 2015 een Certus-certificaat behaald hebben maar pas ná 28 april 2015:

  • Het grootste deel van de veehouders heeft een Salmonella analyse laten uitvoeren in 2015 (of intussen ook al in 2016). Dit zijn de veehouders waarvan de Aujeszky-bloedname voor 2015 in de periode viel waarin de nationale salmonella-monitoring nog van kracht was (tot 7 april 2015) of waarbij de Aujeszky-bloedname voor 2015 ná de erkenning in 2015 plaats vond.
  • Een beperkt deel van de veehouders heeft nog een Salmonella resultaat van 2014. Dit zijn de veehouders waarvoor de Aujeszky-bloedname van 2015 na 7 april 2015 viel en vóór hun erkenning in 2015. Voor deze veehouders wordt dit jaar een nieuwe analyse uitgevoerd. De timing is afhankelijk van de bloedname voor Aujezsky. Tegen 31 december 2016 zullen al deze veehouders over een Salmonella analyse voor 2016 beschikken.
  •  

    Bij veehouders die pas in 2016 of later zullen toetreden en een certificaat behalen voor Certus:

    Bij hen werden de meest recente Salmonella-analyses uitgevoerd toen de nationale Salmonella monitoring nog bestond (stopzetting op 7 april 2015). De laatste Salmonella-analyse waarover deze veehouders beschikken is dus steeds een analyse van 2014 of hooguit de eerste drie maanden van 2015. Van zodra een dergelijke veehouder gecertificeerd wordt voor Certus, zal op de eerstvolgende bloedname in het kader van Aujeszky, ook een Salmonella analyse uitgevoerd worden op kosten van Belpork vzw. De eerstvolgende bloedname ikv Aujeszky kan al na 1 dag/week/maand zijn en hooguit na 1 jaar en 15 dagen. Immers, de Aujeszky-bloedname gebeurt éénmaal per jaar met een toegestane marge van 1,5 maand. Bij ontvangst in het labo worden de bloedstalen gedurende 1 maand bewaard.

    Bovenvermelde afwijkingen worden binnen het Certus-kwaliteitssysteem aanvaard. De betrokken veehouders dienen zelf geen initiatief te nemen om de Salmonella-analyse te laten uitvoeren. Dit gebeurt automatisch bij de volgende bloedname voor Aujezsky.